Mythes en leugens ontkracht
Mijn handschrift vertelt wie ik ben
De zogeheten grafologie is een discutabele discipline die echter tot de verbeelding spreekt en daardoor erg populair is geworden. Dat we aan de hand van de manier waarop iemand letters, woorden en zinnen op papier zet, zouden kunnen achterhalen hoe die persoon denkt, hoe hij of zij zich voelt, ja zelfs hoe zijn of haar persoonlijkheid in elkaar zit, is een veel te romantische gedachte, die uitgaat van de verkeerde premisse als zou ieder handschrift volstrekt uniek zijn en een onbewuste uiting van de persoonlijkheid. Die gedachte gaat ook voorbij aan het feit dat een handschrift eenvoudig kan worden gemanipuleerd en, belangrijker, al even simpel kan worden nagebootst.
Zelf kunnen wij bijvoorbeeld griezelig goed het handschrift van onze huisarts reproduceren: alles wat we hoeven te doen is een balpen op papier zetten en wachten tot we moeten niezen.
Wat betekent het als u cursief schrijft, als u de punten op de i als bolletjes schrijft, als u in de t een recht kruisje zet, als de afstand tussen de letters klein is? Eh… Niet veel meer dan dat u cursief schrijft, dat u de punten op de i als bolletjes schrijft, dat u in de t een recht kruisje zet, en dat de afstand tussen uw letters klein is.
En toch zijn er mensen die er heilig van overtuigd zijn dat de grafologie vele verdiensten heeft. Een van hen is de Vlaamse professor Stephan Lievens, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Gent en verbonden aan de Economische Hogeschool Sint-Aloysius Brussel.
In zijn boek Tussen de lijnen! Over grafologie (S. Lievens, K. Fujiki & M. de Monchy, Uitgeverij Garant, Leuven/Apeldoorn, 1999) beweert hij dat een expert, mits met vele jaren ervaring, een karakteranalyse kan maken door naar de details van iemands handschrift te kijken.
Mensen zoals Lievens geloven dat de details van iemands handschrift bepaalde karaktertrekken kunnen onthullen. Zo leiden ze uit een grote afstand tussen de letters een neiging tot isolatie en eenzaamheid af, omdat die afstand zou wijzen op iemand die zich oncomfortabel voelt bij intiem contact met anderen. Wie zijn t’s doorkruist met een streepje dat op een zweep lijkt, zou daarmee zijn sadistische natuur verraden. Que!?
Wetenschappelijk onderzoek heeft echter uitentreuren aangetoond dat men op basis van een handschrift vrijwel niets te weten kan komen over iemands gemoedsgesteldheid en karaktereigenschappen. Behalve als er dingen worden geschreven als: ‘Iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood iedereen moet dood…’
De gerenommeerde Canadese psycholoog Barry Beyerstein (1996) beschouwt de meeste begrippen van grafologen dan ook als weinig meer dan ‘sympathische magie’, wat volgens ons een andere term is voor ‘bullshit’.
Omdat dit soort grafologie – er is ook een andere soort, daarover straks meer – allesbehalve wetenschappelijk is, kreeg professor Lievens in 2001 dan ook terecht de Skeptische Put, een weinig benijdenswaardige onderscheiding uitgereikt door de Vlaamse vereniging SKEPP (de Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudowetenschap en het Paranormale).
In Nederland maakt men het nog bonter. Daar bestaat zelfs een Nederlandse Orde voor Grafologen (www.grafologie.net). Men beweert er HRM-personeel te kunnen bijstaan bij het selecteren van de goede kandidaat voor een bepaalde vacature. Want… ‘Een handschrift geeft inzicht in de karakterstructuur, en beschrijft competenties en valkuilen van de schrijver. Een beeld ontstaat van de sollicitant over bv. de interactie met anderen (betrouwbaarheid, leidinggevende capaciteiten, en overtuigingskracht), hoe de persoon in het leven staat en hoe hij zich staande houdt (mate van zelfstandigheid, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheidsbesef), het emotionele en intellectuele proces wordt omschreven (stressbestendigheid, organisatorisch vermogen, kritisch inzicht, creativiteit). Kortom een rake typering van de persoonlijkheid.’
Lifestyle-magazines vinden deze onwetenschappelijke domeinen uiteraard fantastisch. Enkele jaren geleden besteedde het magazine Goed Gevoel drie lange, geheel onkritische artikelen aan grafologie en het was lyrisch over de resultaten van enkele zogenaamde grafologen. Dat vinden wij niet zo erg. Goed Gevoel is, we zeggen het er voor alle duidelijkheid bij, immers geen publicatie die door internationale vorsers in het oog wordt gehouden om op de hoogte te blijven van de jongste ontwikkelingen in de wetenschap. De clou zit hem in de titel.
Erger is dat er bedrijven zijn die – op zoek naar hun witte merel – daadwerkelijk een beroep doen op grafologen bij de werving van personeelsleden. Twijfelt de interviewer tussen twee kandidaten? Geen probleem: hij laat hen een grafologische test invullen. Zo kan hij zijn beslissing rechtvaardigen. Geen doel op zich, maar wel een hulpmiddel dus. Maar dan een hulpmiddel zoals een Engelse sleutel een hulpmiddel is bij het leren bespelen van de klarinet: volstrekt onzinnig.
Nee, de grafologie levert niet méér betrouwbare informatie op dan een horoscoop – ook volslagen onzin.
De techniek houdt bovendien gevaren in: de grafologie kan – wanneer een bedrijf er daadwerkelijk in gelooft – een sollicitant weigeren en zijn toekomst op het spel zetten. Wat denkt u bijvoorbeeld van de volgende, willekeurige diagnose van een handschrift uit het boek van de hiervoor genoemde Lievens: ’Je bent niet in het reine met jezelf, sociaal onaangepast en je bezit verdrongen agressie.’ Overtuig uw toekomstige werkgever er maar eens van dat u geschikt bent voor de baan als een grafoloog zoiets over u beweert te kunnen afleiden uit de manier waarop u schrijft.
Sollicitant: ‘Hier zijn mijn twee universitaire diploma’s, ik heb bovendien tien jaar ervaring en een hele reeks aanbevelingen en referenties van mijn vroegere werkgevers meegebracht…’
Baas: ‘Sorry, maar de manier waarop u de k altijd íéts te dicht bij de a schrijft, doet vermoeden dat u de secretaresses zult bepotelen, vroeg of laat iemand een kopstoot zult verkopen en er waarschijnlijk met de kas vandoor zult gaan… De volgende!’
Zegt ons handschrift dan helemaal niets over ons? Soms wel natuurlijk. Maar niet op de manier waarop de grafologen zeggen te kunnen deduceren. Bij forensisch onderzoek onderzoeken experts bijvoorbeeld wel consciëntieus het handschrift van een (potentiële) dader.
Zo onderzochten échte grafologen (zeg liever: forensische experts) nauwkeurig elk woord van de afscheidsbrief van Tristan van der Vlis die in een winkelcentrum in het Nederlandse Alphen aan den Rijn tientallen kogels afvuurde op onschuldige mensen. Ze deden dat om tussen de regels door een mogelijk motief voor zijn daad te vinden.
‘Echte’ grafologen kijken dus níét naar de vorm van de letters of de afstand tussen twee regels. Daar valt immers niets uit te leren. Er bestaan geen vaste regels die zeggen dat als u zus of zo schrijft, u een gestoord dan wel sociaal karakter heeft.
Bovendien zitten de meesten onder ons tegenwoordig achter een toetsenbord om te schrijven en wordt er steeds minder met de hand geschreven. De grafologie zal dus mettertijd wel vanzelf verdwijnen.
Al zal er geheid wel weer een verse onzindiscipline opduiken. Onze gok: dansologie, waarbij een dansoloog u de dansvloer op stuurt, u aan ‘YMCA’ van de Village People of ‘I will survive’ van Gloria Gaynor blootstelt, en aan de manier waarop u zich beweegt, beweert te kunnen bepalen of u wel geschikt bent om assistent-kantoormanager bij een of andere bank te worden. Vergeet niet waar u het voor het eerst hebt gelezen!
Oorspronkelijk verschenen in mijn boek: Vergaat de wereld in 2012?